VOLLE EVANGELIE GEMEENTE 'IMMANUEL' BREDA
ACADEMIESINGEL 26-27 • 4811 AB BREDA • TELEFOON (076) 522 78 14

STATUUT

Kerkgenootschap Volle Evangelie Gemeente 'Immanuël' Breda
 
In de gemeentevergadering van 2 april 1998 van het bovengenoemde kerkgenootschap (verder te noemen: de gemeente) is besloten het statuut, zoals vastgelegd in de nota­riële akte van 3 januari 1986, geheel als volgt te wijzigen en vast te stellen.
 
Art. 1: Naam en zetel
       De gemeente draagt de naam: Volle Evangelie Gemeente ‘Immanuël’ Breda.
       De gemeente heeft haar zetel te Breda.
       De gemeente is een kerkgenootschap als bedoeld in art.2, lid 1 van boek 2
       Burgerlijk Wetboek en bezit derhalve rechtspersoon­lijkheid.
 
Art. 2: Grondslag en doel
       De gemeente stelt zich als theocratische gemeenschap op de gro­nd­slag van
       Gods woord, zoals verwoord in Efeziërs 2:20, ten doel het evange­lie van Jezus
       Christus te prak­tiseren en uit te dra­gen, teneinde het doel Gods te be­reiken
       als omschreven in 2 Timoteüs 3:16,17.
       De gemeente tracht haar doel onder meer te bereiken door:
       a) het houden van samenkomsten, bijbelstudies, lezingen enz.
       b) het houden van zondagsschool, jeugdwerk enz.
       c) het uitgeven en verspreiden van lectuur in dit kader, alsme­de het steunen
           en verrichten van evangelisatie­werk en zen­ding om deze boodschap verder
           uit te dra­gen. 
 
Art. 3: Lidmaatschap
  1.  Als leden van de gemeente kunnen worden toegelaten personen, die zich op
       grond van hun persoonlijk geloof in Jezus Chris­tus hebben laten dopen door
       onderdompe­ling, het fundament van Hebreeën 6:1,2 als grondslag van hun
       leven in woord en daad hebben aanvaard en door hun handelen en optreden
       metterdaad mede verantwoorde­lijk­heid willen dragen voor de gemeente (zie
       art.5).
  2.  Voorwaarde voor het lidmaatschap is voorts, dat de desbe­tref­fende persoon
       de grondslag van de gemeente ten volle onder­schrijft en zich be­reid verklaart
       het statuut van de gemeente na te leven.
  3.  Bij aanmelding dienen de personalia aan het secretariaat van de gemeente te
       worden toevertrouwd.
  4.  De leiding van de gemeente beslist over toelating. Een eventuele weigering
       geschiedt onder opgaaf van redenen.
  5.  Voor de doop en deelname aan het heilig avondmaal moet men mini­maal de
       leeftijd van 17 jaar hebben bereikt.
 
Art. 4: Einde lidmaatschap
  1.  Het lidmaatschap eindigt door:
       a) het overlijden van het lid;
       b) opzegging door het lid;
       c) opzegging door de leiding van de gemeente.
  2.  Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de lei­ding kan slechts
       schriftelijk geschieden. Opzegging door de leiding geschiedt onder opgaaf van
       redenen aan het desbe­tref­fende lid.
  3.  Opzegging door de leiding kan plaatsvinden wanneer een lid in strijd handelt
       met het statuut van de gemeente, wanneer het lid geen blijk geeft van
       zijn/haar medeverantwoordelijkheid voor de gemeente, of wanneer van de
       gemeente redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaat­schap te laten
       voortduren.
  4.  Opzegging van het lidmaatschap door de leiding dient in overeen­stemming te
       zijn met de gedragslijn als aangegeven in Matteüs 18:15-17. Dat wil zeggen:
       na gesprekken met één of twee oudsten en een eindge­sprek met de gehele
       oudstenraad. De gemeente wordt over de uitslag van deze gesprekken
       geïnformeerd.
  5.  De leiding kan een lid tijdelijk schorsen. Ook dit kan slechts schrifte­lijk en
       onder opgaaf van redenen aan het desbetreffende lid geschie­den. Een
       geschorst lid heeft geen stemrecht in de gemeente­verga­dering. De schorsing
       wordt aan de gemeente gemeld.
  6.  De schorsing kan na verloop van tijd opgeheven worden, dan wel overgaan in
       een opzegging van het lidmaat­schap zoals bedoeld in art.4, lid 3,4.
 
Art. 5: Financiële middelen
  1.  Geldmiddelen van de gemeente bestaan uit vrijwillige bijdra­gen van de leden,
       giften, legaten en andere baten.
  2.  Leden geven hun financiële steun aan de gemeente op basis van 2 Korintiërs
       9:7. Zij doen dit bij voorkeur in een vaste maande­lijkse bijdrage.        
 
Art. 6: Duur, boekjaar, rekening en verantwoording
  1.  De gemeente is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2.  Het gemeentejaar, alsmede het boekjaar van de gemeente loopt van 1 januari
       tot en met 31 december.
  3.  De penningmeester van de gemeente is verplicht van de vermo­gens­toe­stand
       van de gemeente zodanige aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde
       de rechten en verplich­tingen van de ge­meente kunnen worden herkend.
  4.  Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na afloop van ieder
       boekjaar maakt de penningmeester de jaar­stuk­ken op, te weten de balans en
       een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar, alsmede een
       begroting van de baten en lasten voor het komende jaar.
       Elk lid van de gemeenteleiding ontvangt een exemplaar van deze jaarstukken
       en van de begroting.
       Vervolgens zal door minimaal twee teamleden - waaronder niet de penning­-
       meester - controle worden gehouden in de boeken en boe­kingsbe­schei­den
       van de penningmeester, teneinde de echt­heid en de juistheid van diens
       handelen vast te stellen.
       Uiterlijk binnen vier maanden na afloop van het boekjaar stelt het team de
       jaarstukken vast en keurt de begroting goed. De ge­meente wordt hierover
       geïnformeerd.
  5.  De leiding is bevoegd, alvorens tot goedkeuring van de jaar­stuk­ken over te
       gaan, deze zonodig door een accountant te doen con­troleren, die naar
       aanleiding daarvan een verklaring geeft.
  6.  De vastgestelde jaarstukken dienen conform de Wet (art.2:10 lid 3)
       gedurende tenminste 10 jaar te worden bewaard. De jaarstuk­ken worden
       daartoe na vaststelling in tweevoud on­dertekend door de secretaris en de
       voorganger van de gemeen­te, die vervolgens bei­den voor bewaring
       zorgdragen.
  7.  Stukken - de gemeente betreffende - in het bezit van voor­zit­ter, secreta­ris en
       penningmees­ter blijven te allen tijde het eigendom van de gemeente en
       dienen toegankelijk en op­vraagbaar te zijn voor het gehele bestuur. 
 
Art. 7: Leiding/bestuur
  1.  De leiding en het bestuur van de gemeente is naar bijbels patroon door het
       hoofd van de gemeente, Jezus Christus, in handen gegeven van de
       oudstenraad, bestaande uit voorgan­ger en oudsten, eventu­eel aangevuld
       met daartoe aangestelde gemeente­leden.
  2.  Dit leidinggevende team kan afhankelijk van de situatie aange­duid worden
       met de termen oudstenraad, team, leiding, bestuur.
  3.  Het team kiest uit zijn midden een secreta­ris en penning­mees­ter.
       Het voorzitterschap wordt bekleed door de voorganger.
  4.  De leden van het team worden door de oudsten uit de leden der gemeente
       gekozen en aan de gemeente voorge­steld.
       Ingeval het een echtpaar betreft, zullen zowel de broeder als de zuster als
       oudste, dan wel als teamlid worden voorge­dragen.
       Criterium voor de voordracht zal zijn: gebleken betrouwbaar­heid en te
       verwachten geestelijke bekwaamheid naar de bij­belse normen, zoals
       verwoord in 1 Timoteüs 3:1-7 en Titus 1:5-9.
       De aanstelling behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor
       bijeenge­roepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee-derde van de
       uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen
       niet meegerekend.
  5.  De voorganger zal ook van buiten de eigen gemeente aange­trok­ken kun­nen
       zijn.
  6.  Wanneer bij het ouder worden gebreken optreden van lichame­lijke of
       geestelijke aard, waardoor het functioneren als team­lid teveel wordt
       belemmerd, is het team te allen tijde gerechtigd dit met de desbetreffen­de
       persoon te bespreken om zodoende tot ontheffing uit zijn/haar functie te
       komen.
  7.  Een teamlid kan te allen tijde zijn/haar functie neerleg­gen. Opzegging door
       het teamlid vindt bij voorkeur plaats op een dus­danige termijn dat in de
       desbetreffende vacature kan worden voor­zien.
  8.  Indien een gehuwde broeder/zuster als teamlid terugtreedt, zal in de regel
       ook zijn vrouw/haar man zich uit het team dienen terug te trekken.
  9.  Het team kan een teamlid te allen tijde onder opgaaf van redenen schorsen.
       In dat geval heeft het teamlid geen stem­recht in de teamver­gade­ring. Tevens
       kunnen in geval van schorsing bepaalde taken en bevoegdheden van het des-
       betref­fende teamlid tijdelijk door andere teamleden worden waarge­nomen.
 10. Indien het team na schorsing van een teamlid binnen drie maanden geen
       voorstel tot ontheffing zoals bedoeld in art. 7, lid 11 heeft ingediend, eindigt
       de schorsing.
 11. Een teamlid kan, indien het niet blijkt te voldoen aan de normen zoals
       omschreven art.7, lid 4, op voorstel van de ove­rige teamleden uit zijn/haar
       functie worden ontheven.
       De ontheffing behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor
       bijeengeroepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee-derde van de
       uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen
       niet meegerekend.
       Indien gewenst kan er een commissie van onderzoek worden inge­steld,
       bestaande uit betrouwbare mensen van binnen en buiten de gemeente,
       alvorens tot ontslag wordt overgegaan.
 12. Het team dient tenminste uit vijf personen te bestaan. Een team met
       vacatures blijft bestuursbevoegd. In ontstane vacatures wordt zo spoedig
       mogelijk voorzien.
 13. Het leidinggevende team neemt besluiten met meerderheid van stemmen,
       mits minimaal de helft van het team in de vergade­ring aanwezig is. Stemming
       bij volmacht is niet toege­staan.
       In hun eerste zittings­jaar dienen teamleden zich bij belang­rij­ke stemmin­gen
       binnen het team terughou­dend op te stellen. Besluitvorming buiten de
       vergadering is toegestaan, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van het
       team zich met deze wijze van besluit­vorming kunnen verenigen.
 14. Van de teamvergaderingen worden notulen, dan wel besluiten­lijs­ten op-
       gemaakt, vastgesteld en in tweevoud ondertekend door de secretaris en de 
       voorzitter. Deze stukken zijn, daar het meestal zaken betreffen die op het
       persoon­lijk vlak liggen, strikt vertrouwe­lijk. Niet persoonlij­ke en/of niet
       vertrouwe­lijke zaken kunnen ter kennis van de gemeente wor­den gebracht.
 15. De teamleden zijn geheimhouding verschuldigd over hetgeen hen ter kennis
       komt. Dit blijft van kracht ook na beëindi­ging van hun functie.
 16. Het team is gerechtigd voor specifieke taken werkgroepen, commissies of
       personen aan te stellen.
 17. Eventuele goederen die aan teamleden, dan wel aan de in art.7, lid 16
       bedoelde personen met het oog op de uitvoe­ring van hun taak in de
       gemeente ter beschikking zijn gesteld, blijven te allen tijde het eigendom van
       de gemeente.
 
Art. 8: Bevoegdheid leidinggevend team
  1.  Het leidinggevende team is van Godswege belast met en be­voegd tot het
       besturen van de gemeente naar de bijbelse normen; de oudsten onder hen
       tevens tot het verlenen van pastorale zorg binnen de gemeente.
  2.  De voorganger is binnen dit team op basis van zijn roeping en bediening de
       voorgaande oudste. Hij is de woord­voerder van het team en draagt de
       eindverant­woor­delijk­heid. Hij zal zich naar 1 Timoteüs 5:17 vooral toeleggen
       op prediking en onder­richt.
  3.  Behalve door het gehele team wordt de gemeente in en buiten rechte
       vertegenwoordigd door de voorzitter en een ander teamlid.
  4.  Het team is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrij­gen,
       vervreemden of bezwaren van registergoede­ren. Indien daarbij verplich­tingen
       worden aangegaan die het bedrag van Dfl 25.000,- te boven gaan, behoeft
       het team de goedkeuring van de gemeentevergade­ring.
 
Art. 9: Gemeentevergadering
  1.  In de door het team bijeengeroepen gemeentevergadering zul­len alle
       belangrijke zaken aan de gemeente worden voorgedra­gen en besproken.
  2.  Gemeentevergaderingen worden gehouden zo vaak de leiding van de
       gemeente dit wenselijk acht, doch tenminste twee maal per jaar.
  3.  De bijeenroeping voor een vergadering geschiedt schriftelijk door de
       secretaris. Dit vindt minimaal plaats op een termijn van twee weken, voorzien
       van een agenda waarop de punten die besproken zullen worden, staan
       vermeld.
  4.  Toegang tot de gemeentevergadering hebben leden. Ter plaatse dient door
       de leden een presentie­lijst te worden getekend.
  5.  Wanneer dit in belang voor het goed functio­neren van de gemeente nodig
       blijkt te zijn, zal bij stemming een meerder­heid van de uitgebrachte stemmen
       van de aanwezige leden achter de genomen besluiten dienen te staan,
       waaronder niet begrepen de blanco stemmen. Voor een geldige stemming zal
       minimaal de helft van de leden bij de vergadering aanwezig dienen te zijn.
       Stemming bij volmacht is niet toegestaan.
       Gedurende het eerste jaar van zijn/haar lidmaat­schap dient een lid zich bij
       belangrijke stemmingen op een gemeentever­gade­ring terughoudend op te
       stellen.
  6.  De leiding beslist of er in het belang van het goed functio­ne­ren van de
       gemeente op een gemeentevergadering al dan niet over een bepaalde zaak
       zal worden gestemd.
  7.  In de gemeentevergaderingen geeft de penningmeester een actueel overzicht
       van de financiële positie van de gemeente; eenmaal per jaar zal dit op basis
       van de door het team goed­gekeurde jaarstukken schriftelijk gebeuren.
  8.  De gemeentevergadering wordt geleid door de voorganger of bij diens
       afwezigheid door een ander teamlid.
  9.  Van de gemeentevergaderingen worden notulen, dan wel beslui­ten­lijsten
       opgemaakt, vastgesteld en in tweevoud ondertekend door de secreta­ris en de
       voorzitter. Leden kunnen inzage krijgen in deze stukken bij het secreta­ri­aat.
 
Art. 10: Reglementen
  1.  Zonodig kunnen door het team anderszins noodzakelijke voor­zie­ningen in de
       vorm van een reglement getroffen worden.
       Deze mogen niet in strijd zijn met de Wet of met het sta­tuut.
  2.  In alle voorkomende gevallen waarin het statuut niet voor­ziet, dient in de
       geest van het statuut te worden gehandeld.
 
Art. 11: Wijziging van het statuut
       Het statuut van de gemeente kan uitsluitend gewijzigd worden door een
       besluit van de gemeentevergadering, die bijeengeroepen is met de
       mededeling dat aldaar wijziging van het statuut aan de orde zal worden
       gesteld, onder toezending van een afschrift van het voorstel daartoe, waarin
       de voorgedra­gen wijziging woorde­lijk is opgenomen.
 
Art. 12: Ontbinding en vereffening
  1.  Tot ontbinding van de gemeente kan slechts worden besloten, wanneer
       twee-derde van de leden der gemeente hun stem voor een dergelijk voorstel
       zullen geven, blanco stemmen niet meegere­kend.
  2.  De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij vanuit de gemeente­-
       vergadering één of meer personen al dan niet uit het bestuur als vereffenaars
       worden benoemd.
  3.  Van al hetgeen dat na voldoening van alle schulden van het vermogen der
       ontbonden gemeente overblijft, wordt op een in de gemeenteverga­dering te
       bepalen wijze een bestemming gege­ven ten behoeve van een doel, dat
       zoveel mogelijk gelijk is aan dat van de gemeente.
 
Aldus vastgesteld in de gemeentevergadering van 2 april 1998.
 
 
Wilt u dit statuut downloaden? Klik hier.
Wilt u terug naar 'Wie zijn wij'? Klik hier.
Voor het aanvragen van een inschrijfformulier, klik hier.