VOLLE EVANGELIE GEMEENTE 'IMMANUEL' BREDA
ACADEMIESINGEL 26-27 • 4811 AB BREDA • TELEFOON 06 313 04 558

STATUUT

Kerkgenootschap Volle Evangelie Gemeente 'Immanuël' Breda
 
In de gemeentevergadering van 25 oktober 2017 van het bovengenoemde kerkgenootschap (verder te noemen: de gemeente) is besloten het statuut, zoals vastgesteld in de gemeentevergadering van 2 april 1998 als volgt te wijzigen en vast te stellen.
 
Art. 1: Naam en zetel
De gemeente draagt de naam: Volle Evangelie Gemeente 'Immanuël' Breda.
De gemeente heeft haar zetel te Breda.
De gemeente is een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2, lid 1 van boek 2 Burgerlijk Wetboek en bezit derhalve rechtspersoonlijkheid.
 
Art. 2: Grondslag en doel
De gemeente stelt zich als theocratische gemeenschap op de grondslag van Gods woord, zoals verwoord in Efeziërs 2:20, ten doel het evangelie van Jezus Christus te praktiseren en uit te dragen, teneinde het doel van God te bereiken als omschreven in 2 Timoteüs 3:16-17.
De gemeente tracht haar doel onder meer te bereiken door:
  1. het houden van samenkomsten, bijbelstudies, lezingen enz.
  2. het houden van zondagsschool, jeugdwerk enz.
  3. het uitgeven en verspreiden van lectuur in dit kader, alsme­de het steunen en verrichten van evangelisatie­werk en zen­ding om deze boodschap verder uit te dra­gen. 
 
Art. 3: Lidmaatschap
  1. Als leden van de gemeente kunnen worden toegelaten personen, die zich op grond van hun persoonlijk geloof in Jezus Chris­tus hebben laten dopen door onderdompeling, het fundament van Hebreeën 6:1-2 als grondslag van hun leven in woord en daad hebben aanvaard en door hun handelen en optreden metterdaad medeverantwoorde­lijk­heid willen dragen voor de gemeente (zie art. 5).
  2. Voorwaarde voor het lidmaatschap is voorts dat de desbe­tref­fende persoon de grondslag van de gemeente ten volle onder­schrijft en zich be­reid verklaart het statuut van de gemeente na te leven.
  3. Bij aanmelding dienen de personalia aan het secretariaat van de gemeente te worden toevertrouwd.
  4. De leiding van de gemeente beslist over toelating. Een eventuele weigering geschiedt onder opgaaf van redenen.
  5. Voor de doop moet men mini­maal de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt.
 
Art. 4: Einde lidmaatschap
  1. Het lidmaatschap eindigt door:
    1. het overlijden van het lid;
    2. opzegging door het lid;
    3. opzegging door de leiding van de gemeente.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de lei­ding kan slechts schriftelijk geschieden. Opzegging door de leiding geschiedt onder opgaaf van redenen aan het desbetref­fende lid.
  3. Opzegging door de leiding kan plaatsvinden wanneer een lid in strijd handelt met het statuut van de gemeente, wanneer het lid geen blijk geeft van zijn/haar medeverantwoordelijkheid voor de gemeente, of wanneer van de gemeente redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaat­schap te laten voortduren.
  4. Opzegging van het lidmaatschap door de leiding dient in overeen­stemming te zijn met de gedragslijn als aangegeven in Matteüs 18:15-17. Dat wil zeggen: na gesprekken met één of twee oudsten en een eindgesprek met de gehele oudstenraad. De gemeente wordt over de uitslag van deze gesprekken geïnformeerd.
  5. De leiding kan een lid tijdelijk schorsen. Ook dit kan slechts schrifte­lijk en onder opgaaf van redenen aan het desbetreffende lid geschie­den. Een geschorst lid heeft geen stemrecht in de gemeente­verga­dering. De schorsing wordt aan de gemeente gemeld.
  6. De schorsing kan na verloop van tijd opgeheven worden, dan wel overgaan in een opzegging van het lidmaat­schap zoals bedoeld in art. 4, lid 3-4.
 
Art. 5: Financiële middelen
  1. Geldmiddelen van de gemeente bestaan uit vrijwillige bijdra­gen van de leden, giften, legaten en andere baten.
  2. Leden geven hun financiële steun aan de gemeente op basis van 2 Korintiërs 9:7. Zij doen dit bij voorkeur in een vaste maande­lijkse bijdrage.
 
Art. 6: Duur, boekjaar, rekening en verantwoording
  1. De gemeente is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. Het gemeentejaar, alsmede het boekjaar van de gemeente loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  3. De penningmeester van de gemeente is verplicht van de vermo­gens­toe­stand van de gemeente zodanige aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplich­tingen van de ge­meente kunnen worden herkend.
  4. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na afloop van ieder boekjaar maakt de penningmeester de jaar­stuk­ken op, te weten de balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar, alsmede een begroting van de baten en lasten voor het komende jaar.
    Elk lid van de gemeenteleiding ontvangt een exemplaar van deze jaarstukken en van de begroting.
    Vervolgens zal door minimaal twee gemeenteleden – onder wie niet de penningmeester – controle worden gehouden in de boeken en boe­kingsbe­schei­den van de penningmeester, teneinde de echt­heid en de juistheid van diens handelen vast te stellen. De leiding nodigt die gemeenteleden daarvoor uit.
    Uiterlijk binnen vier maanden na afloop van het boekjaar stelt de leiding de jaarstukken vast en keurt de begroting goed. De ge­meente wordt hierover geïnformeerd.
  5. De leiding is bevoegd, alvorens tot goedkeuring van de jaar­stuk­ken over te gaan, deze zo nodig door een accountant te doen con­troleren, die naar aanleiding daarvan een verklaring geeft.
  6. De vastgestelde jaarstukken dienen conform de Wet (art. 2:10, lid 3) gedurende tenminste 10 jaar te worden bewaard. De jaarstuk­ken worden daartoe na vaststelling in tweevoud ondertekend door de secretaris en de voorganger van de gemeen­te, die vervolgens bei­den voor bewaring zorgdragen.
  7. Stukken – de gemeente betreffende – in het bezit van voor­zit­ter, secreta­ris en penningmees­ter blijven te allen tijde het eigendom van de gemeente en dienen toegankelijk en op­vraagbaar te zijn voor het gehele bestuur.
 
Art. 7: Leiding/bestuur
  1. De leiding en het bestuur van de gemeente is naar bijbels patroon door het hoofd van de gemeente, Jezus Christus, in handen gegeven van de oudstenraad, bestaande uit voorgan­ger en oudsten, eventu­eel aangevuld met daartoe aangestelde gemeente­leden.
  2. Dit leidinggevende team kan afhankelijk van de situatie aange­duid worden met de termen oudstenraad, team, leiding, bestuur.
  3. Het team kiest uit zijn midden een secreta­ris en penning­mees­ter.
    Het voorzitterschap wordt bekleed door de voorganger.
  4. De leden van het team worden door de oudsten uit de leden van de gemeente gekozen en aan de gemeente voorge­steld. Ingeval het een echtpaar betreft, zullen zowel de broeder als de zuster als oudste, dan wel als teamlid worden voorgedragen.
    Criterium voor de voordracht zal zijn: gebleken betrouwbaar­heid en te verwachten geestelijke bekwaamheid naar de bij­belse normen, zoals verwoord in 1 Timoteüs 3:1-7 en Titus 1:5-9.
    De aanstelling behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor bijeengeroepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee derde van de uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen niet meegerekend.
  5. De voorganger zal ook van buiten de eigen gemeente aange­trok­ken kun­nen zijn.
  6. Wanneer er door enige oorzaak gebreken optreden van lichame­lijke of geestelijke aard, waardoor het functioneren als team­lid te veel wordt belemmerd, is het team te allen tijde gerechtigd dit met de desbetreffen­de persoon te bespreken om zodoende tot ontheffing uit zijn/haar functie te komen.
  7. Een teamlid kan te allen tijde zijn/haar functie neerleg­gen. Opzegging door het teamlid vindt bij voorkeur plaats op een dus­danige termijn dat in de desbetreffende vacature kan worden voor­zien.
  8. Indien een gehuwde broeder/zuster als teamlid terugtreedt, zal in de regel ook zijn vrouw/haar man zich uit het team dienen terug te trekken.
  9. Het team kan een teamlid te allen tijde onder opgaaf van redenen schorsen. In dat geval heeft het teamlid geen stem­recht in de teamver­gade­ring. Tevens kunnen in geval van schorsing bepaalde taken en bevoegdheden van het desbetref­fende teamlid tijdelijk door andere teamleden worden waargenomen.
  10. Indien het team na schorsing van een teamlid binnen drie maanden geen voorstel tot ontheffing zoals bedoeld in art. 7, lid 11 heeft ingediend, eindigt de schorsing.
  11. Een teamlid kan, indien het niet blijkt te voldoen aan de normen zoals omschreven art. 7, lid 4, op voorstel van de ove­rige teamleden uit zijn/haar functie worden ontheven.
    De ontheffing behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor bijeengeroepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee derde van de uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen niet meegerekend. Indien gewenst kan er een commissie van onderzoek worden inge­steld, bestaande uit betrouwbare mensen van binnen en buiten de gemeente, alvorens tot ontslag wordt overgegaan.
  12. Het team dient tenminste uit vijf personen te bestaan. Een team met vacatures blijft bestuursbevoegd. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
  13. Het leidinggevende team neemt besluiten met meerderheid van stemmen, mits minimaal de helft van het team in de vergade­ring aanwezig is. Stemming bij volmacht is niet toegestaan.
    In hun eerste zittings­jaar dienen teamleden zich bij belang­rij­ke stemmin­gen binnen het team terughoudend op te stellen.
    Besluitvorming buiten de vergadering is toegestaan, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van het team zich met deze wijze van besluit­vorming kunnen verenigen.
  14. Van de teamvergaderingen worden notulen, dan wel besluiten­lijs­ten opge­maakt, vastgesteld en in tweevoud ondertekend door de secretaris en de voorzitter.
    Deze stukken zijn, daar het meestal zaken betreffen die op het persoon­lijk vlak liggen, strikt vertrouwe­lijk. Niet persoonlij­ke en/of niet vertrouwelijke zaken kunnen ter kennis van de gemeente wor­den gebracht.
  15. De teamleden zijn geheimhouding verschuldigd over hetgeen hen ter kennis komt.
    Dit blijft van kracht ook na beëindi­ging van hun functie.
  16. Het team is gerechtigd voor specifieke taken werkgroepen, commissies of personen aan te stellen.
  17. Eventuele goederen die aan teamleden, dan wel aan de in art. 7, lid 16 bedoelde personen met het oog op de uitvoe­ring van hun taak in de gemeente ter beschikking zijn gesteld, blijven te allen tijde het eigendom van de gemeente.
 
Art. 8: Bevoegdheid leidinggevend team
  1. Het leidinggevende team is van Godswege belast met en be­voegd tot het besturen van de gemeente naar de bijbelse normen; de oudsten onder hen tevens tot het verlenen van pastorale zorg binnen de gemeente.
  2. De voorganger is binnen dit team op basis van zijn roeping en bediening de voorgaande oudste. Hij is de woord­voerder van het team en draagt de eindverant­woor­delijk­heid. Hij zal zich naar 1 Timoteüs 5:17 vooral toeleggen op prediking en onder­richt.
  3. Behalve door het gehele team wordt de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en een ander teamlid.
  4. Het team is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrij­gen, vervreemden of bezwaren van registergoede­ren. Indien daarbij verplich­tingen worden aangegaan die het bedrag van € 25.000,- te boven gaan, behoeft het team de goedkeuring van de gemeentevergade­ring.
 
Art. 9: Diakenen
  1. Het leidinggevende team kan naar bijbels patroon ondersteund worden door een team van diakenen: ambtsdragers in de gemeente, te onderscheiden van de oudsten, aan wie in overleg met de oudstenraad bepaalde delen van het werk in de gemeente gedelegeerd worden.
  2. De leden van het diakenteam worden door de oudsten uit de leden van de gemeente gekozen en aan de gemeente voorge­steld. Ingeval het een echtpaar betreft, zullen zowel de broeder als de zuster als diaken worden voorge­dragen.
    Criterium voor de voordracht zal zijn: gebleken betrouwbaar­heid en te verwachten geestelijke bekwaamheid naar de bij­belse normen, zoals verwoord in Handelingen 6:3 en 1 Timoteüs 3:8-13.
    De aanstelling behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor bijeengeroepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee derde van de uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen niet meegerekend.
  3. Wanneer er door enige oorzaak gebreken optreden van lichame­lijke of geestelijke aard, waardoor het functioneren als diaken te veel wordt belemmerd, is het leidinggevende team te allen tijde gerechtigd dit met de desbetreffen­de persoon te bespreken om zodoende tot ontheffing uit zijn/haar functie te komen.
  4. Een diaken kan te allen tijde zijn/haar functie neerleg­gen. Opzegging vindt bij voorkeur plaats op een dus­danige termijn dat in de desbetreffende vacature kan worden voor­zien.
  5. Indien een gehuwde broeder/zuster als diaken terugtreedt, zal in de regel ook zijn vrouw/haar man zich uit het diakenteam dienen terug te trekken.
  6. Het leidinggevende team kan een diaken te allen tijde onder opgaaf van redenen schorsen. De taken van de desbetref­fende diaken kunnen tijdelijk door andere diakenen of oudsten worden waarge­nomen.
  7. Indien het leidinggevende team na schorsing van een diaken binnen drie maanden geen voorstel tot ontheffing zoals bedoeld in art. 9, lid 8 heeft ingediend, eindigt de schorsing.
  8. Een diaken kan, indien hij/zij niet blijkt te voldoen aan de normen zoals omschreven art. 9, lid 2, op voorstel van het leidinggevende team uit zijn/haar functie worden ontheven.
    De ontheffing behoeft de instemming van de gemeente: in de daarvoor bijeengeroepen gemeentevergade­ring zal bij stem­ming twee derde van de uitgebrachte stemmen achter dit voorstel dienen te staan, blanco stemmen niet meegerekend. Indien gewenst kan er een commissie van onderzoek worden inge­steld, bestaande uit betrouwbare mensen van binnen en buiten de gemeente, alvorens tot ontslag wordt overgegaan.
  9. Diakenen zijn geheimhouding verschuldigd over hetgeen hen ter kennis komt.
    Dit blijft van kracht ook na beëindi­ging van hun functie.
  10. Eventuele goederen die aan diakenen met het oog op de uitvoe­ring van hun taak in de gemeente ter beschikking zijn gesteld, blijven te allen tijde het eigendom van de gemeente.
 
Art. 10: Gemeentevergadering
  1. In de door het team bijeengeroepen gemeentevergadering zul­len alle belangrijke zaken aan de gemeente worden voorgedra­gen en besproken.
  2. Gemeentevergaderingen worden gehouden zo vaak de leiding van de gemeente dit wenselijk acht, doch tenminste twee maal per jaar.
  3. De bijeenroeping voor een vergadering geschiedt schriftelijk door de secretaris. Dit vindt minimaal plaats op een termijn van twee weken, voorzien van een agenda waarop de punten die besproken zullen worden, staan vermeld.
  4. Toegang tot de gemeentevergadering hebben leden. Ter plaatse dient door de leden een presentie­lijst te worden getekend.
  5. Wanneer dit in belang voor het goed functio­neren van de gemeente nodig blijkt te zijn, zal bij stemming een meerder­heid van de uitgebrachte stemmen van de aanwezige leden achter de genomen besluiten dienen te staan, waaronder niet begrepen de blanco stemmen.
    Voor een geldige stemming zal minimaal de helft van de leden bij de vergadering aanwezig dienen te zijn. Stemming bij volmacht is niet toegestaan.
    Gedurende het eerste jaar van zijn/haar lidmaat­schap dient een lid zich bij belangrijke stemmingen op een gemeentever­gade­ring terughoudend op te stellen.
  6. De leiding beslist of er in het belang van het goed functio­ne­ren van de gemeente op een gemeentevergadering al dan niet over een bepaalde zaak zal worden gestemd.
  7. In de gemeentevergaderingen geeft de penningmeester een actueel overzicht van de financiële positie van de gemeente; eenmaal per jaar zal dit op basis van de door het team goed­gekeurde jaarstukken schriftelijk gebeuren.
  8. De gemeentevergadering wordt geleid door de voorganger of bij diens afwezigheid door een ander teamlid.
  9. Van de gemeentevergaderingen worden notulen, dan wel beslui­ten­lijsten opgemaakt, vastgesteld en in tweevoud ondertekend door de secreta­ris en de voorzitter. Leden kunnen inzage krijgen in deze stukken bij het secreta­ri­aat.
 
Art. 11: Reglementen
  1. Zo nodig kunnen door het leidinggevende team anderszins noodzakelijke voorzieningen in de vorm van een reglement getroffen worden. Deze mogen niet in strijd zijn met de Wet of met het sta­tuut.
  2. In alle voorkomende gevallen waarin het statuut niet voorziet, dient in de geest van het statuut te worden gehandeld.
 
Art. 12: Wijziging van het statuut
Het statuut van de gemeente kan uitsluitend gewijzigd worden door een besluit van de gemeentevergadering, die bijeengeroepen is met de mededeling dat aldaar wijziging van het statuut aan de orde zal worden gesteld, onder toezending van een afschrift van het voorstel daartoe, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen.
 
Art. 13: Ontbinding en vereffening
  1. Tot ontbinding van de gemeente kan slechts worden besloten, wanneer twee derde van de leden van de gemeente hun stem voor een dergelijk voorstel zullen geven, blanco stemmen niet meegere­kend.
  2. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij vanuit de gemeente­vergadering één of meer personen al dan niet uit het bestuur als vereffenaars worden benoemd.
  3. Van al hetgeen dat na voldoening van alle schulden van het vermogen van de ontbonden gemeente overblijft, wordt op een in de gemeenteverga­dering te bepalen wijze een bestemming gege­ven ten behoeve van een doel, dat zoveel mogelijk gelijk is aan dat van de gemeente.
 
Aldus vastgesteld in de gemeentevergadering van 25 oktober 2017.
 
 
Wilt u dit statuut downloaden? Klik hier.
Wilt u terug naar 'Wie zijn wij'? Klik hier.
Voor het aanvragen van een inschrijfformulier, klik hier.